Posts tonen met het label Boekbesprekingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boekbesprekingen. Alle posts tonen

vrijdag 19 augustus 2011

Het einde van de psychotherapie (Paul Verhaeghe)

Ik heb zonet het boek “Het einde van de psychotherapie” van Paul Verhaeghe gelezen. Ik heb niet alles evengoed begrepen: Je moet voor sommige hoofdstukken toch wel een serieuze basiskennis psychologie hebben, maar ik focus hier op kritiek die hij levert op de hedendaagse psychiatrie, de farmaceutische industrie en de maatschappij in zijn geheel. Ik heb hiervoor geput uit boekrecensies van vpro.nl, dewereldmorgen.be en atheneum.nl. Onderaan deze pagina vind je fragmenten en ideeën uit het boek. Ondanks de voor een leek af en toe te psychologisch-technische onderdelen, is het boek zeker een aanrader.

Stabiliteit, identiteit en zingeving

Verhaeghe probeert een antwoord te vinden op de vraag waarom klassieke therapievormen steeds minder werken. Verhaeghe legt de link tussen politiek, economie en de mens als individu. Het ‘nieuwe kapitalisme’, stelt hij, met haar roekeloze arbeidsritme en marktgerichte logica, tast stabiele sociale relaties aan.

De westerse wereld kampt met een depressie-epidemie. Volgens Verhaeghe is deze epidemie het resultaat is van het verdwijnen van identiteit. Een vorige generatie weekte zich los van iedere soort van autoritaire inmenging met als resultaat leeglopende kerken, gebroken gezinnen en carrièremakers die zelden langer dan een paar jaar voor hetzelfde bedrijf blijven werken. Depressie volgt wanneer door gebrek aan identiteit een mens zich ook niet meer zeker weet van het doel in het leven en op den duur ieder sociaal en ethisch richtingsgevoel verliest.

DSM en de farmalobby

Tegenwoordig gaat men ervan uit dat alle psychische problemen ziektes zijn, of gevolgen van erfelijke afwijkingen of slecht functionerende neuronen, die met medicijnen te bestrijden zijn.

Een aanzienlijk deel van het betoog van Verhaeghe richt zich tegen de huidige tendens van medicalisering en standaardisering van de geestelijke gezondheidszorg. Hij duidt die in hoofdzaak als tegenreactie op de antipsychiatrie van de jaren '70, toen de oorzaak voor psychische problemen exclusief werd gezocht bij de ('repressieve!') opvoeding en omstandigheden, en als een gevolg van physics envie, de behoefte om de geesteswetenschappen eenzelfde wetenschappelijke 'hardheid' te verlenen als de exacte wetenschappen.

De patiënt wordt in de huidige praktijk maar al te vaak gescand op de 'stoornissen' zoals beschreven in wat Verhaeghe de Bijbel - 'je gelooft erin of niet maar eraan ontsnappen is onmogelijk' - van de hedendaagse psychiatrie noemt: DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders). Dit diagnostisch handboek dat niet, zoals men zou verwachten, samengesteld werd door onafhankelijke wetenschappers maar eerder een allegaartje van meningen is. De samensteller is de Amerikaanse Psychiatrische Associatie, een belangenvereniging die ooit zelfs met een stemming besloot of homoseksualiteit al dan niet een categorie moest worden. De DSM methode valt dus moeilijk wetenschappelijk te noemen, en blijkt in de praktijk al helemaal niet bij te dragen aan een structurele oplossing. Erger nog, aan elke prefabdiagnose hangt ondertussen een verplichte dosis medicatie vast.

Over dit laatste is Verhaeghe duidelijk. Niet alleen beschrijft hij uitvoerig hoe overschat het therapeutische effect van veel medicijnen is. Hij wijst eveneens op de ongezonde greep van de farmalobby op het wetenschappelijk onderzoek naar die producten.

Verhaeghes voorstel om terug te keren naar een psychologische methode biedt een geruststelling. Hoewel de oplossing niet meer in een pilletje te vinden is, legt het de nadruk op een menselijker manier van omgaan met psychologische problemen. Niet langer regeren de zogenaamde allesbepalende genen en het wordt weer mogelijk jezelf te veranderen

Losse ideeën en fragmenten uit het boek

De tegenreactie op de antipsychiatrie heeft een stigmatiserende wijze van diagnosticeren opgeleverd in combinatie met een nooit geziene toename in het slikken van pillen.

Een paradoxale vaststelling: de eerste generaties die nooit honger, laat staan oorlog gekend hebben en een ongekend welvaartsniveau genieten, zijn ook die met de meeste depressies en het hoogste zelfmoordcijfer. De intieme noden van de mens worden niet beantwoord door een overvloedsmaatschappij.

Het zogenaamde ‘moderne management” is vandaag gericht op kortetermijnwinsten, net zoals politici alleen nog maar denken in termijnen van één kabinetsperiode. Nog even en “continuïteit” en “stabiliteit” worden vieze woorden. Iedereen moet blijven ‘groeien’, ‘flexibiliteit’ is een verplichting, en burn-out het gevolg.

De combinatie van een hang naar kortetermijnwinsten met het dalende belang van kennis en ervaring doet verdwijnen wat groepen samenhoudt: loyaliteit en solidariteit.

Hoe minder identiteit iemand heeft, hoe groter de behoefte is aan een rigoureuze groep, met als gevolg dat elke vorm van fundamentalisme aantrekkelijk wordt.

Wie nog durft beweren dat psychoses, gedragstoornissen, depressie, enz. met de omgeving te maken hebben, wordt in het beste geval meewarig bekeken, in het andere geval beschuldigd van ethisch incorrect optreden.

Veel zogenaamde depressies zijn geen klinische depressies, de diagnose wordt te snel gegeven, wat dan lijdt tot overdiagnose.

Tot op heden is er nog niets bewezen, zijn er nog geen genen voor psychische ziektebeelden ontdekt en wordt de kans daarop hoe langer hoe kleiner geacht.

Alle antipsychotische middelen – ook de nieuwe, zogenaamde ‘atypische’ – vertonen ingrijpende en bovendien bij langdurig gebruik ongeneeslijke bijverschijnselen.

Op grond van het huidige discours is er een zeer grote overdiagnose van wat ondertussen ‘disorders’ heet in combinatie met een heel enge medische en dus verkeerde visie op ethiologie en behandeling. En daar heeft de farmaceutische industrie zéér sterk toe bijgedragen.

De nieuwe tendens wordt voortdurend versterkt door de reusachtige promotiecampagnes van de psychofarmacaproducenten, de zogenaamde ‘Big Pharma”-groep. Hun constant herhaalde boodschap is even simpel als logisch: psychische stoornissen hebben alles te maken met een verstoorde werking van het zenuwstelsel en daar hebben we medicijnen voor. U ben dus ‘echt’ ziek, en niet zomaar ‘psychisch’ (lees: ingebeeld). Bovendien hoeft u zelf niets te doen, een pilletje volstaat. De publieke opinie gaat er daarbij van uit dat deze medicijnen ontwikkeld zijn op grond van onze kennis van de neurobiologische mechanismen bij depressie of schizofrenie en dat die pilletjes zeer efficiënt werken, zij het met een beperkt aantal vervelende nevenwerkingen.

De realiteit is volledig anders. Psychofarmacologische effecten van bepaalde medicijnen zijn bijna altijd toevallige ontdekkingen, gedaan in het kader van andere toepassingen. Hun specifieke werking bij een bepaalde ‘disorder’ is nauwelijks bekend, en vormt bovendien vaak de basis voor omgekeerde redeneringen (genre ‘hoofdpijn is het gevolg van een tekort aan aspirine in de hersenen’) De positieve effecten worden zwaar overschat, de neveneffecten zwaar onderschat. Altijd krijgen de duurste medicijnen de meeste promotie. Heel wat zogenaamd wetenschappelijk onderzoek dat effectiviteit en werkingsmechanismen aantoont, is gecamoufleerd promotiemateriaal van de producent.

De overschatting van de positieve effecten van bv antidepressiva heeft hoofdzakelijk te maken met de onderschatting van het placebo-effect.

Onafhankelijk onderzoek toont aan dat de therapeutische werkzaamheid bij de nieuwe , zogenaamde atypische antipsychotica vrij laag is, dat er nauwelijks verschillen zijn vergeleken met de oude antipsychotica, behalve dat de prijs van de nieuwe veel hoger ligt.

Negatieve onderzoeksuitslagen worden achtergehouden, de zorgvuldig uitgeselecteerde positieve resultaten krijgen des te meer promotie via allerlei ‘wetenschappelijke’ artikelen die hun overtuigingskracht putten uit zowel de namen van de auteurs als uit de reputatie van de tijdschriften. Waarbij de goegemeente niet beseft dat het leeuwendeel van deze studies uitgevoerd wordt onder supervisie van de farmawereld zelf, dat de zogenaamde auteurs meestal niet veel meer hebben gedaan dan het uitlenen van hun naam, dat ze nagenoeg steeds op de loonlijst van deze bedrijven staan voor zéér substantiële bedragen, dat negatieve onderzoeksresultaten systematisch in de lade blijven liggen, en dat tijdschriften die echt onafhankelijk willen functioneren nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden.

Uit onderzoek blijkt telkens opnieuw dat binnen elke psychotherapievorm de therapeutische verhouding de meest werkzame factor is. De DSM gaat daaraan volledig voorbij. Bij deze aanpak ligt alle nadruk op de objectiverende blik en moet de patiënt gecatalogeerd worden binnen een aantal vooraf gedefinieerde criteria, die letterlijk aan- of afgevinkt kunnen worden.

Binnen de (DSM) redeneertrant gaat er geen aandacht meer naar de etiologie en verdwijnt op die manier een van de belangrijkste ontdekkingen van de klassieke psychiatrie, namelijk het evolutieve of dynamische aspect van psychische moeilijkheden, samen met het belang van de omgeving.

DSM-diagnoses dienen niet voor behandeling, stellen wetenschappelijk weinig tot niets voor, maar kunnen iemand wel levenslang achtervolgen.

Een combinatie van de verdwijning van een ruimere etiologische visie, een beperking van de stoornis tot het individu en een toenemende farmacologisering gaat lijnrecht in tegen de bevindingen van de Wereld Gezondheidsorganisatie: dat in elke culturele, gender- en leeftijdscategorie de allerbelangrijkste risicofactor voor mentale gezondheid neerkomt op sociale ontwrichting, en dat de belangrijkste risicofactor voor zelfdoding sociale isolatie is.

De therapeutische verhouding en de mate waarin een patiënt actief kan deelnemen aan een behandeling zijn zeer bepalend voor een positief resultaat.

Een behandeling waarin men gelooft levert betere resultaten op dan een behandeling waarin men niet gelooft.

In de VS wordt het niet voorschrijven van medicijnen aan psychotische patiënten tot ‘malpractice’ gerekend, met kans op gerechtelijke vervolging. Onderzoek naar eventuele psychologische factoren in de ontstaansgeschiedenis van psychosen gebeurt nauwelijks nog. De zeldzame onderzoeken die het stabiliserende effect van psychotherapie bij psychose aantonen, krijgen weinig aandacht.

De intolerantie ten opzichte van het verschil neemt hand over hand toe, vaak vermomd onder termen als emancipatie, integratie, aanpassing en mondialisering. We hebben dringend, heel dringend een herwaardering nodig van het verschil.

Heel wat mensen komen tegenwoordig op consultatie met een zinverleningsproblematiek waarvoor de klassieke therapie niet geschikt is.

dinsdag 5 april 2011

Spiritual Emergency – When Personal Transformation Becomes a Crisis (S. & C. Grof)

Voor diegenen die openstaan voor de mogelijkheid dat een psychose een helend effect zou kunnen hebben mits het onder de juiste omstandigheden wordt benaderd, is het boek ‘ Spiritual Emergency – When Personal Transformation Becomes a Crisis‘ van Stanislav en Christina Grof een aanrader.

Volledig artikel op de website van Psychoseanders.

dinsdag 29 maart 2011

Uit de droom. Een boek dat je wakker schudt (T. Freke)

Ik heb mezelf vandaag verwend met enkele boeken uit de Standaard boekhandel waaronder dit boekje: Uit de droom. Een boek dat je wakker schudt (Timothy Freke). Ik las het in één ruk uit. De schrijver zegt dat het op een uurtje uitgelezen is, maar ik deed er niet eens zo lang over.

Samengevat:

We leven allemaal in een droom waarin we denken dat we mensen zijn en dat we een lichaam, een geest en gedachten hebben, maar eigenlijk zijn we het bewustzijn dat de droom creëert.

Het leven is een mysterie. Het feit dat we het leven zo vanzelfsprekend vinden, terwijl het in feite zo ontzaglijk mysterieus is, bewijst hoe onbewust we meestal zijn.

Het nu is het enige wat je kent. Het enige wat we zeker weten is wat we nu, op dit moment, ervaren. Als je je bewuster wordt van dit huidige moment, dan zul je ontdekken dat het leven als een droom is.

Je bent geen persoon. Je bent een personage in je levens-droom; in essentie ben je het bewustzijn dat getuige is van de levens-droom. De droom-wereld bestaat in jou.

Alles is één. We zijn één bewustzijn, dat droomt dat het vele individuen is in de levens-droom. Eén zijn is het geheel liefhebben. Als we beseffen dat we in essentie iedereen en alles zijn, ontdekken we dat we intiem verbonden zijn met het geheel, met alles en iedereen, dan ervaren we liefde zonder grenzen.

Lucide leven betekent dat je je bewust bent van alles wat je bent. Alles wat je ervaart, is een manifestatie van je essentiële aard. Dus laat alles je iets zien over wat je bent – net als een droom. Lucide leven betekent dat je jezelf met hart en ziel verbindt met het gewone leven als een schitterend epos, een avontuur dat leidt tot ontwaken. Het betekent niet dat je je terugtrekt in een of andere onthechte staat van verlichting.

Wakker worden!

---------------------------------------------------------

Bedenkingen:

Dit filosofisch boekje is krachtig omwille van zijn eenvoud en beknoptheid. Ik heb er echt van genoten. De inhoud was niet geheel nieuw voor mij. Over het “nu” las ik een boek van Eckhart Tolle (De kracht van het nu). En dat het leven te vergelijken valt met een droom, dat vind ik ook heel waarschijnlijk. Door mijn psychoses heb ik maar al te goed beseft hoe relatief de realiteit wel is. Ik heb toen ook het ‘godsgevoel’ ervaren (het machtige gevoel van alwetendheid), wat er mijn inziens op wijst dat ik deel uitmaak of beter gezegd identiek ben aan het ‘ene’, het bewustzijn. Wakker ben ik nog niet (helemaal), maar ik heb wel lucide momenten, zowel tijdens als buiten mijn psychoses.

vrijdag 25 maart 2011

When the Impossible Happens (S. Grof)

Ik ben op dit ogenblik aan het lezen in Stanislav Grofs boek "When the Impossible Happens – Adventures in Non-Ordinary Reality" (2006). Een passage die ik nogal treffend vond was deze op p.283 (vertaling ervan onderaan):

"Experiences of psychiatric patients labeled as psychotic often involve visions of deities and demonic presences and visits to mythological realms, such as heavens, paradises and hells. The explanation of mainstream psychiatrists for such experiences is that they are products of these patients' brains afflicted by a pathological process of unknown origin, one which would be identified and fully understood sometime in the future. Although this perspective is frequently presented by the academic circles as a scientific fact that is obvious and beyond any reasonable doubt, it is actually a highly implausible proposition. More than anything else, this view reflects the basic metaphysical assumption of monistic materialism about the priority of matter over consciousness that dominates scientific thinking in the industrial civilization. In reality, it is inconceivable that a pathological process could generate the rich panoply of aesthetically exquisite images and philosophically fascinating ideas that characterize the experiences of these patients."

Ervaringen van psychiatrische patiënten die bestempeld worden als psychotisch, gaan vaak gepaard met visioenen van goden en demonische wezens en het bezoek aan mythologische werelden, zoals paradijzen, hemelse en helse rijken. De verklaring van de reguliere psychiaters voor dergelijke ervaringen is dat ze het product zijn van de hersenen van deze patiënten, die aangetast zijn door een pathologisch proces van onbekende oorsprong, een proces dat in de toekomst zou worden geïdentificeerd en volledig begrepen. Hoewel dit perspectief door de academische kringen vaak als een duidelijk wetenschappelijk feit wordt aanzien waarover geen twijfel kan bestaan, is dit eigenlijk een zeer ongeloofwaardige stelling. Deze opvatting weerspiegelt vooral de fundamentele metafysische aanname van het monistische materialisme over de prioriteit van materie over bewustzijn, dat het wetenschappelijk denken in de industriële maatschappij domineert. In werkelijkheid is het ondenkbaar dat een pathologisch proces dit rijke arsenaal van esthetisch verfijnde beelden en filosofisch fascinerende ideeën zou kunnen genereren, die de ervaringen van deze patiënten kenmerken.